Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 7 september 2022. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 6 februari 2023 ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Gezien het feit dat het beroep waarop het verzoek betrekking heeft inmiddels is beslist, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
Het verzoek wordt dan ook als kennelijk ongegrond beoordeeld en afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER is afgewezen.