ECLI:NL:RBDHA:2023:6741

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 mei 2023
Publicatiedatum
10 mei 2023
Zaaknummer
NL22.23070
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar visum kort verblijf niet-ontvankelijk verklaard

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift tegen de weigering van een visum voor kort verblijf. De minister heeft vervolgens het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard met een besluit van 26 november 2022. Hierdoor is het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk komen te vervallen omdat aan het bezwaar is voldaan.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. Wel wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die eiseres heeft gemaakt voor het instellen van het beroep, vastgesteld op €418,50 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast moet de minister het betaalde griffierecht van €184,- vergoeden.

De beslissing is genomen zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De rechtbank motiveert de proceskostenvergoeding met een lichte wegingsfactor omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.23070

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres], eiseres

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. D. Schaap),
en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 11 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar bezwaarschrift van 29 juni 2022.
Bij besluit van 26 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de weigering om haar een visum voor kort verblijf te verstrekken kennelijk ongegrond verklaard.
Desgevraagd heeft eiseres meegedeeld het beroep voort te zetten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift van eiseres, dient te worden vastgesteld dat met het besluit van 26 november 2022 aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiseres gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
2. Omdat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Verder moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent);
 bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ter hoogte van € 184,- moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van
mr.R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.