ECLI:NL:RBDHA:2023:6751

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 april 2023
Publicatiedatum
10 mei 2023
Zaaknummer
C/09/646081 / JE RK 23-760
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging gesloten uithuisplaatsing en toewijzing pleegzorg bij grootmoeder

De zaak betreft een verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp en een verzoek tot plaatsing bij de grootmoeder moederszijde voor pleegzorg.

Eerder was een spoedmachtiging verleend voor gesloten plaatsing van de minderjarige, vanwege zorgen over haar emotionele, morele en seksuele veiligheid. De gesloten plaatsing was bedoeld om stabilisatie te bereiken en een plan voor de toekomst op te stellen. De hulpverlening richt zich op emotieregulatie, weerbaarheid en traumaverwerking.

De kinderrechter constateert dat de gronden voor uithuisplaatsing aanwezig zijn, maar dat de gesloten plaatsing niet langer noodzakelijk is nu de minderjarige gestabiliseerd is en duidelijke afspraken heeft gemaakt om bij de grootmoeder te verblijven. De plaatsing bij de grootmoeder wordt toegewezen onder voorwaarden, met het oog op verdere opbouw naar thuisplaatsing bij de moeder.

De machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie wordt afgewezen, terwijl de machtiging voor plaatsing bij de grootmoeder wordt toegekend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 14 februari 2024.

Uitkomst: De machtiging tot gesloten uithuisplaatsing wordt afgewezen en de machtiging tot plaatsing bij de grootmoeder voor pleegzorg wordt toegewezen tot 14 februari 2024.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/646081 / JE RK 23-760 en C/09/643158 / JE RK 22-360
Datum uitspraak: 25 april 2023

Beschikking van de kinderrechter

Machtiging tot uithuisplaatsing
Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp
in de zaak naar aanleiding van de op 23 februari 2023 en 18 april 2023 ingekomen verzoekschriften van:

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
betreffende:

[minderjarige01] , geboren op [geboortedatum01] 2006 te [geboorteplaats01] ,

hierna te noemen: [minderjarige01] ,
advocaat: mr. L. Rijsdam, gevestigd in Leiden.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vrouw01] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats01] .
De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vrouw02] ,

hierna te noemen: de grootmoeder moederszijde,
wonende te [woonplaats01] .

Het procesverloop

Bij beschikking van 23 februari 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een spoedmachtiging verleend om [minderjarige01] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven van 23 februari 2023 tot 9 maart 2023.
Bij beschikking van 8 maart 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank machtiging verleend om [minderjarige01] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven van 9 maart 2023 tot 1 mei 2023 en de behandeling voor het overige aangehouden.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:
- voornoemde beschikking, d.d. 8 maart 2023;
- het verzoekschrift met bijlage(n), d.d. 18 april 2023.
Op 25 april heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:
- [naam01] namens de gecertificeerde instelling;
- [minderjarige01] , bijgestaan door haar advocaat;
- de moeder;
- de grootmoeder moederszijde;
- de [begeleider] .

Verzoeken

Het aangehouden deel van het verzoek met zaaknummer C/09/643158 / JE RK 23-360 strekt tot machtiging [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 9 juni 2023.
Het verzoek met zaaknummer C/09/646081 / JE RK 23-760 strekt tot machtiging [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 14 februari 2024.
De gecertificeerde instelling heeft de verzoeken als volgt toegelicht.
De gesloten plaatsing was nodig om [minderjarige01] te stabiliseren en een plan te maken voor komende periode. Er is gestart met hulpverlening gericht op emotieregulatie, weerbaarheid en traumaverwerking. De MDFT was al sinds augustus 2022 gestart en de gesprekken zullen weer worden opgepakt wanneer [minderjarige01] naar de grootmoeder moederszijde gaat. [minderjarige01] is aangemeld voor [instelling01] in [plaats01] voor traumatherapie en er zal een coach via Coach E25 worden ingezet.
Met [minderjarige01] zijn de volgende voorwaarden afgesproken waaraan zij moet voldoen om bij de grootmoeder moederszijde te kunnen verblijven:
- [minderjarige01] werkt actief mee aan de hulpverlening (coach vanuti Coach E25, behandeling [instelling01] , behandeling vanuit MDFT).
- [minderjarige01] houdt zich aan de afspraken met oma.
- [minderjarige01] houdt zich aan de afspraken over de contactmomenten met mama.
- [minderjarige01] gaat volgens haar rooster naar school en stage.
De jeugdbeschermer heeft ter zitting verder toegelicht dat met [minderjarige01] is afgesproken dat zij tijdens haar wonen bij de grootmoeder moederszijde op maandag tot en met donderdag en op zondag uiterlijk om 21:00 uur thuis is, en op vrijdag en zaterdag uiterlijk om 23:00 uur. Er wordt van [minderjarige01] verwacht dat zij van te voren vertelt met wie zij afspreekt.
De komende periode zal gekeken worden hoe het gaat bij de grootmoeder moederszijde en of er verder toegewerkt kan worden naar thuisplaatsing bij de moeder. [minderjarige01] zal er op zeer korte termijn naar toe gaan.
Door en namens [minderjarige01] is naar voren gebracht dat zij instemt met het verzoek en de voorwaarden om bij de grootmoeder moederszijde geplaatst te worden. School en stage verlopen goed en [minderjarige01] is op dit moment op zoek naar een nieuwe stage. [minderjarige01] staat achter de afspraken die zijn gemaakt. [minderjarige01] heeft aangegeven dat ze zal laten weten met wie zij afspreekt, maar dat de grootmoeder moederszijde niet al haar vrienden kent waardoor het soms lastig is om uit te leggen met wie zij afspreekt.
De moeder heeft naar voren gebracht dat zij achter de plaatsing bij de grootmoeder moederszijde staat en de afspraken die daarover zijn gemaakt. Het is van belang dat [minderjarige01] en de moeder de komende periode aan zichzelf werken en er wordt gekeken of de omgang kan worden opgebouwd.
De grootmoeder moederszijde heeft naar voren gebracht dat alles goed en duidelijk is doorgesproken en het aan [minderjarige01] is om te bewijzen dat ze zich aan de afspraken kan houden. [minderjarige01] heeft zich in de weekenden dat ze met verlof mocht goed gedragen en netjes aan de afspraken gehouden. Het is van belang dat de opbouw naar thuisplaatsing bij de moeder op een tempo gebeurt waar [minderjarige01] zich prettig bij voelt.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn.
Daarbij overweegt de kinderrechter dat er al langere tijd zorgen zijn over de emotionele, morele en seksuele veiligheid van [minderjarige01] . Een eerdere plaatsing bij de grootmoeder moederszijde was niet gelukt doordat [minderjarige01] zich onvoldoende aan de met haar gemaakte afspraken hield en de gewenste gedragsverandering uitbleef. [minderjarige01] was regelmatig weg van huis waarbij ze onbereikbaar was en het onduidelijk was waar en met wie ze dan was. De zorgen namen zodanig toe dat het gesloten kader nodig was om haar veiligheid te kunnen waarborgen. Inmiddels is [minderjarige01] gestabiliseerd, is de hulpverlening opgestart en zijn er opnieuw met haar duidelijke afspraken gemaakt en voorwaarden opgesteld waar [minderjarige01] zich aan moet houden om bij de grootmoeder moederszijde geplaatst te kunnen worden en een (nieuwe) gesloten plaatsing te voorkomen.
Deze afspraken en voorwaarden zijn besproken met [minderjarige01] en vastgelegd in het hulpverleningsplan en [minderjarige01] heeft aangegeven hier akkoord mee te gaan.
De komende periode is het van belang dat [minderjarige01] laat zien dat zij zich hier aan kan houden en dat gekeken wordt of er verder kan worden toegewerkt naar thuisplaatsing bij de moeder. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg, gespecificeerd tot de grootmoeder moederszijde, daarom toewijzen voor de verzochte duur en het verzoek tot plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp afwijzen.
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
machtigt William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij grootmoeder moederszijde, van 25 april 2023 tot 14 februari 2024, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2023 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 mei 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.