ECLI:NL:RBDHA:2023:6804
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublin-verordening, omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat aangezien op hetzelfde moment in een andere procedure (zaaknummer NL23.10858) reeds uitspraak was gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.