ECLI:NL:RBDHA:2023:6810
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster, van Kameroense nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid buiten behandeling is gesteld. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening gedurende de bezwaarprocedure.
Na beslissing op het bezwaar door verweerder heeft verzoekster geen beroep ingesteld tegen deze beslissing. De rechtbank stelt vast dat hierdoor de vereiste connexiteit voor het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, zoals bepaald in artikel 8:81, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek dan ook kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier B. van der Wiel en is openbaar gemaakt zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen wegens ontbrekende connexiteit.