ECLI:NL:RBDHA:2023:6814
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker, een Algerijnse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder zitting.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.12988), was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak.