ECLI:NL:RBDHA:2023:6858
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Oostenrijk
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, heeft asiel aangevraagd in Nederland nadat hij eerder in Oostenrijk asiel had aangevraagd en daar zijn vingerafdrukken had afgegeven. Verweerder heeft het verzoek tot behandeling van de asielaanvraag afgewezen op grond van de Dublinverordening, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat hij familie heeft in Nederland, slechte detentieomstandigheden in Oostenrijk heeft ervaren, en dat Oostenrijk niet heeft gereageerd op het terugnameverzoek. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden geen aanleiding geven om af te wijken van de Dublinverordening en dat verweerder discretionair mag besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.
De rechtbank benadrukt dat de Dublinverordening niet bedoeld is om verblijf bij familie in Nederland op reguliere gronden te verkrijgen en dat klachten over detentieomstandigheden en vingerafdrukregistratie bij Oostenrijkse instanties moeten worden ingediend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.