ECLI:NL:RBDHA:2023:6882
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse alleenstaande moeder wegens onvoldoende bewijs specifiek risico mensenhandel
Eiseres, een Nigeriaanse alleenstaande moeder, diende op 26 december 2021 een asielaanvraag in. Haar verzoek werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat niet was gebleken dat zij een specifiek doelwit was van mensenhandelaren, ondanks haar eerdere willekeurige slachtofferschap.
In beroep stelde eiseres dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade door hernieuwde mensenhandel, mede vanwege haar status als alleenstaande moeder uit Edo State en haar eerdere ervaringen. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiseres onvoldoende aantonen dat zij specifiek wordt bedreigd en dat algemene statistieken uit het ambtsbericht Nigeria onvoldoende zijn om dit te onderbouwen.
Eiseres voerde verder aan dat verweerder het beleid inzake eerdere confrontatie met wandaden niet correct had toegepast en dat zij vreest voor vrouwenbesnijdenis. De rechtbank vond dat deze motieven niet voldoende waren aangevoerd als asielgrond en dat de verklaringen hierover inconsistent waren.
Ten slotte stelde eiseres dat zij in aanmerking zou moeten komen voor een verblijfsvergunning op grond van mensenhandel, maar de rechtbank bevestigde dat zij niet voldeed aan de voorwaarden, zoals het doen van aangifte of medewerking aan het strafproces. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van specifiek risico op mensenhandel.