ECLI:NL:RBDHA:2023:6956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering ten onrechte ontvangen WW-uitkering door fout UWV
Eiseres ontving sinds oktober 2020 een WW-uitkering en werd vanaf 23 februari 2021 onterecht ook WW-uitkering toegekend naast een ZW-uitkering, door een fout van het UWV. Verweerder stelde dat het eiseres redelijkerwijs duidelijk had kunnen zijn dat zij te veel uitkering ontving en vorderde het teveel betaalde bedrag terug.
De rechtbank oordeelde dat het UWV op grond van de WW verplicht is om ten onrechte betaalde uitkeringen terug te vorderen, tenzij het voor de verzekerde niet redelijkerwijs duidelijk was dat zij te veel ontving. De rechtbank vond dat eiseres door de hoogte van de betalingen en de betaalspecificaties redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat zij te veel ontving.
Eiseres voerde aan dat zij onder het gelijkheidsbeginsel aanspraak kon maken op verruimd buitenwettelijk beleid, maar de rechtbank oordeelde dat zij niet tot de specifieke doelgroep behoorde waarvoor dit beleid geldt. Ook het beroep op toezeggingen van de UWV-topman in een tv-uitzending werd verworpen.
Verder waren er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiseres tot betaling van het teruggevorderde bedrag, waarbij rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van te veel ontvangen WW-uitkering is ongegrond verklaard.