Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2023 in de zaak tussen
,
Rechtbank Den Haag
Eisers voerden beroep aan tegen besluiten van de gemeente Zoetermeer die hun bijstandsuitkering beëindigden en terugvorderden. De gemeente stelde dat eiser niet meewerkte aan een onaangekondigd huisbezoek en dat eisers een gezamenlijke huishouding voerden, wat gevolgen had voor de uitkering.
De rechtbank oordeelde dat het huisbezoek terecht was en dat eiser geen zwaarwegende reden had om niet mee te werken, ondanks psychische klachten en een hernia. Eiser had voldoende gelegenheid gehad om het huisbezoek te overwegen en was in staat om mee te werken.
Verder stelde de rechtbank vast dat eisers vanaf 12 juli 2019 een gezamenlijke huishouding voerden, omdat eiser zijn hoofdverblijf had op het adres van eiseres, waar ook hun kind woonde. Dit werd onderbouwd met verklaringen van buurtbewoners en waarnemingen.
De rechtbank verwierp de bezwaren tegen de terugvordering en beëindiging van de bijstand en oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat terugvordering onaanvaardbare gevolgen zou hebben. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.