ECLI:NL:RBDHA:2023:697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening individuele inkomenstoeslag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet ingediend, welke door verweerder is afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter beoordeelde eerst het spoedeisend belang, waarbij werd vastgesteld dat hoewel verzoeker financiële problemen heeft, er geen acute dreiging is van huisuitzetting, afsluiting van energie of verlies van ziektekostenverzekering. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang.
Daarnaast werd onderzocht of het besluit evident onrechtmatig was. Verzoeker stelde dat het besluit voortbouwde op een onjuiste eerdere beslissing op bezwaar, maar de voorzieningenrechter concludeerde dat deze eerdere beslissing in hoger beroep nog in stand is en dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is.
Gelet op het ontbreken van spoedeisend belang en het ontbreken van evidente onrechtmatigheid werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter kende verzoeker vrijstelling van griffierecht toe vanwege betalingsonmacht.
De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het niet evident onrechtmatig zijn van het bestreden besluit.