ECLI:NL:RBDHA:2023:6980

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 mei 2023
Publicatiedatum
16 mei 2023
Zaaknummer
NL22.25917
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling staatssecretaris in proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op machtigingsaanvragen

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een machtiging voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van nareis van 6 mei 2022. De staatssecretaris heeft bij verweerschrift aangegeven zich niet te verzetten tegen een veroordeling in de proceskosten van €418,50. Vervolgens is de ambassade in Beiroet gemachtigd om de mvv aan verzoekers te verlenen. Verzoekers hebben daarop het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtbank een bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan het beroep tegemoet is gekomen. Nu de staatssecretaris niet binnen de termijn heeft beslist en de aanvragen alsnog heeft ingewilligd, is aan het beroep geheel tegemoetgekomen.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een wegingsfactor 'licht' vanwege het beperkte onderwerp van het beroep. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoekers.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de aanvragen voor machtiging voorlopig verblijf.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.25917

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1], verzoekster 1

v-nummer: [nummer]
[naam 2],verzoeker 1
v-nummer: [nummer]
[naam 3], verzoeker 2
v-nummer: [nummer]
[naam 4],verzoekster 2
v-nummer: [nummer]
gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder(gemachtigde: mr. C. Chand).

Procesverloop

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun aanvragen voor een machtiging voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van nareis van 6 mei 2022.
Bij verweerschrift van 3 januari 2023 heeft verweerder aangegeven dat hij zich niet verzet tegen een veroordeling in de proceskosten tot €418,50.
Bij kennisgeving van 15 februari 2023 heeft verweerder de ambassade in Beiroet gemachtigd aan verzoekers een mvv te verlenen.
Verzoekers hebben het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvragen van verzoekers heeft besloten en deze aanvragen hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekers tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrechter voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.