Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende op 4 januari 2022 een asielaanvraag in waarop de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn besliste. Verzoeker stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen. Op 8 november 2022 werd de asielaanvraag alsnog ingewilligd door de staatssecretaris. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog de aanvraag te honoreren. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de proceskosten toewijzen aan verzoeker. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €418,50, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrechter met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie. Verzoeker werd in het gelijk gesteld en de staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag.