ECLI:NL:RBDHA:2023:7060
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afgewezen verblijfsvergunning
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 10 juni 2022 werd afgewezen. Tegen dit primaire besluit maakte verzoeker bezwaar en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris besloot op 2 augustus 2022 op het bezwaar, waarmee het bezwaar niet langer aanhangig was. Verzoeker wendde zich daarop tot de voorzieningenrechter met een verzoek om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een verzoek om voorlopige voorziening slechts mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar reeds was beslist, was het verzoek niet ontvankelijk. Bovendien was er reeds een uitspraak gedaan in het beroep in een gerelateerde zaak, waardoor het verzoek werd afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na beslissing op bezwaar.