ECLI:NL:RBDHA:2023:7066
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres diende op 10 maart 2021 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Deze aanvraag werd bij besluit van 10 november 2021 afgewezen door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiseres maakte op 8 december 2022 bezwaar tegen dit besluit. Omdat verweerder niet tijdig op het bezwaar besliste, stelde eiseres op 12 oktober 2022 beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank constateerde dat de beslistermijn van verweerder was verstreken en dat eiseres verweerder op 26 september 2022 rechtsgeldig in gebreke had gesteld. Sindsdien waren meer dan twee weken verstreken zonder beslissing. Verweerder had geen verweerschrift ingediend en geen bijzondere omstandigheden aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is en vernietigde het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder werd opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een beslissing te nemen op het bezwaar. Tevens legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Daarnaast werd een dwangsom van €1.442 vastgesteld over de periode van 12 oktober tot en met 22 november 2022.
De rechtbank wees de proceskosten van eiseres toe, vastgesteld op €418,50, en stelde vast dat eiseres wegens betalingsonmacht was vrijgesteld van griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.J. Kinds, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een beslissing te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.