ECLI:NL:RBDHA:2023:7112

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 mei 2023
Publicatiedatum
17 mei 2023
Zaaknummer
22/2748
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 AVGArt. 17 lid 3 onder b AVGArt. 8:73 AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:91 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling inzageverzoek persoonsgegevens in Fraude Signalering Voorziening zonder schadevergoeding

Eiseres heeft op 8 september 2021 een inzageverzoek ingediend bij de Belastingdienst om inzicht te krijgen in haar persoonsgegevens die zijn opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De Belastingdienst heeft dit verzoek toegekend en een overzicht verstrekt. Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit omdat zij onrechtmatige verwerking van haar gegevens stelde en schadevergoeding verlangde. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard.

Eiseres ging in beroep tegen deze beslissing. Zij stelde dat de FSV onrechtmatig is en dat haar eer en goede naam zijn geschaad door opname in de FSV. Zij vond dat de Belastingdienst ook een oordeel had moeten geven over haar verzoek om schadevergoeding, mede gelet op het Handvest van de Grondrechten van de EU. De Belastingdienst stelde dat het oorspronkelijke verzoek alleen inzage betrof en dat het verzoek om schadevergoeding als een apart verzoek moest worden behandeld.

De rechtbank oordeelde dat het beroep beoordeeld moest worden aan de hand van het oorspronkelijke inzageverzoek. Omdat daarin geen verzoek om schadevergoeding was opgenomen, en de rechtmatigheid van de verwerking niet ter beoordeling stond, was het beroep ongegrond. De rechtbank gaf aan dat zij niet toekomt aan een oordeel over de bevoegdheid om over schadevergoeding te oordelen. Eiseres kreeg geen gelijk en moest het griffierecht betalen.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit op het inzageverzoek is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/2748

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2023 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. E.C. Weijsenfeld),
en

de Belastingdienst, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde 1] en mr. [gemachtigde 2] ).

Procesverloop

Op 8 september 2021 heeft eiseres een verzoek om inzage in haar gegevens die zijn opgenomen in het FSV ingediend bij verweerder. Verweerder heeft dit verzoek toegekend.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Verweerder is met het besluit van 22 september 2021 op het bezwaar van eiser bij haar eerdere besluit gebleven. Eiser is in beroep gegaan.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 11 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiseres heeft op 8 september 2021 met een inzageverzoek gevraagd om een overzicht van haar persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening (hierna: FSV). Verweerder heeft dit verzoek toegekend en heeft een overzicht verstrekt van de verwerkte persoonsgegevens van eiseres. In bezwaar heeft eiseres aangevoerd dat zij het niet eens is met het verwerken en verstrekken van haar gegevens in de FSV omdat er nimmer sprake is geweest van fraude. Zij stelt dat verweerder dient over te gaan tot correctie en dat verweerder ten onrechte niet is overgegaan tot het toekennen van schadevergoeding. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder stelt zich kort samengevat op het standpunt dat in het oorspronkelijke verzoek van eiseres alleen is gevraagd om inzage in de verwerkte persoonsgegevens. Aan dat verzoek is voldaan. Eiseres heeft niet gevraagd om schadevergoeding en/of rectificatie. Eiseres is het niet eens met dit besluit.
Wat vindt eiseres in beroep?
2. Eiseres vindt dat haar bezwaar onterecht ongegrond is verklaard. Het staat vast dat de FSV geen wettelijke basis heeft, burgers er op onrechtmatige wijze op zijn geplaatst en er strijd is met de privacywetgeving. Tot op heden is geen informatie gegeven over de vraag met wie gegevens gedeeld zijn. Verweerder heeft onterecht geoordeeld dat het verzoek om schadevergoeding als een apart verzoek behandeld moet worden. Omdat eiseres in bezwaar expliciet om schadevergoeding heeft verzocht, had verweerder in het kader van de volledige heroverweging hier alsnog een oordeel over moeten geven. Er staat vast dat eiseres schade heeft geleden. Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat de FSV onrechtmatig is. Door opname in het FSV is de eer en goede naam van eiseres dan ook ernstig geschaad. Het kan niet zo zijn dat eiseres voor het verzoek tot schadevergoeding een afzonderlijke civiele procedure moet starten. Dat is in strijd met artikel 47 Handvest Pro voor de Grondrechten EU nu er een weg naar de bestuursrechter open staat, namelijk via 8:88 en 8:91 Awb (of 8:73 Awb oud).
Wat vindt verweerder in beroep?
3. Verweerder herhaalt in beroep dat in het oorspronkelijke verzoek van eiseres alleen is gevraagd om inzage in de verwerkte persoonsgegevens van eiseres in de FSV. Aan dat verzoek is voldaan. Er is niet gevraagd om schadevergoeding en/of rectificatie. Wat eiseres verder heeft aangevoerd valt niet onder het verzoek. Ondanks dat de vraag of gegevens met derden zijn gedeeld ook geen deel uitmaakte van het verzoek heeft verweerder dit wel beantwoord. Er zijn volgens verweerder geen indicaties dat de gegevens van eiseres gedeeld zijn met derden.
3.1.
Dat de autoriteit persoonsgegevens (AP) heeft geoordeeld dat de FSV niet voldoet aan de vereisten van de AVG betekent volgens verweerder niet dat het bezwaar van eiseres automatisch gegrond is. Het al dan niet voldoen aan de vereisten is iets tussen verweerder en de AP. Eiseres kan wel alsnog een verzoek doen tot verwijdering van persoonsgegevens. [1] Deze verwijdering vindt echter niet plaats zolang de gegevens nog nodig zijn voor een taak van algemeen belang. [2] In dit geval lopen er nog onderzoeken naar de gevolgen van de FSV. Dit onderzoek is dermate belangrijk voor de maatschappij dat dit betekent dat de gegevens niet verwijderd kunnen worden.
3.2.
Het verzoek om schadevergoeding in bezwaar, vanwege de opname in de FSV, wordt door verweerder als apart verzoek behandeld. Ten eerste omdat de uitkomst van de huidige procedure daarop van invloed kan zijn. moment Verder is het nog maar de vraag of de bestuursrechter bevoegd is om te oordelen over een verzoek tot schadevergoeding. Ten overvloede wordt opgemerkt dat door eiseres alleen is gesteld dat zij in haar eer en goede naam is aangetast. Dit is verder niet toegelicht.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van het beroep het verzoek van 8 september 2021 van eiseres als uitgangspunt dient. Eiseres vraagt daarin alleen om een overzicht van haar persoonsgegevens die zijn opgenomen in de FSV. Uit dit verzoek blijkt op geen enkele manier dat eiseres ook een verzoek tot schadevergoeding doet.
4.1.
Voor zover eiseres op een later moment wel heeft verzocht om schadevergoeding dan wel zich op het standpunt stelt dat sprake is van een onrechtmatige verwerking van haar persoonsgegevens, overweegt de rechtbank dat het in deze procedure alleen om het inzagerecht van eiseres gaat en dat de rechtmatigheid van de verwerking in deze procedure niet ter beoordeling staat. De rechtbank komt dan ook niet toe aan een oordeel over haar eventuele bevoegdheid om te oordelen over de mogelijke schadevergoeding. Verder is het besluit op het inzageverzoek op zichzelf geen schadeveroorzakend besluit. De rechtbank zal in deze procedure dan ook alleen kijken naar de vraag of verweerder voldaan heeft aan het inzageverzoek. [3]
4.2.
Eiseres heeft geen gronden ingebracht die zien op de beantwoording van het inzageverzoek zelf. Het beroep van eiseres is dan ook ongegrond.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H.T. van Bruggen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 17 van Pro de AVG.
2.Artikel 17 lid 3 onder Pro b van de AVG.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 februari 2023: ECLI:NL:RBROT:2023:1078 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/).