ECLI:NL:RBDHA:2023:7113
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verlenging termijn herstel gebrek in bestuursrechtelijke procedure sociale zekerheid
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende sociale zekerheidsrecht heeft de rechtbank Den Haag op 17 mei 2023 een tussenuitspraak gedaan over een verzoek tot verlenging van de termijn om een gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Verweerder had in een eerdere tussenuitspraak van 2 februari 2023 een termijn van drie maanden gekregen om het gebrek te herstellen. Na afloop van deze termijn verzocht verweerder op 10 mei 2023 om verlenging, omdat het onderzoek dat naar aanleiding van de tussenuitspraak werd verricht nog niet was afgerond. Verweerder verwachtte het onderzoek binnen drie weken na 10 mei te kunnen afronden en een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
Eiseres stelde zich op het standpunt dat het onderzoek niet deugdelijk en zorgvuldig was en dat de verlenging het psychisch welbevinden negatief beïnvloedde. Zij verzocht de rechtbank het verzoek af te wijzen en een einduitspraak te doen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat verlenging met vijf weken gerechtvaardigd was, mede omdat de oorspronkelijke termijn te kort bleek en verweerder op korte termijn een nieuwe beslissing verwacht. Tevens werd meegewogen dat eiseres voorlopig de gewenste maatwerkvoorziening ontving en dat afwijzing van het verzoek waarschijnlijk niet tot een finale geschilbeslechting zou leiden.
De rechtbank wees erop dat verdere uitstel niet zal worden verleend en stelde verweerder in de gelegenheid het gebrek binnen vijf weken te herstellen, met inachtneming van eerdere overwegingen en aanwijzingen.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor het herstel van het gebrek in het bestreden besluit met vijf weken.