ECLI:NL:RBDHA:2023:7127
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen buiten behandelingstelling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 30, lid 1, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat zijn zienswijze onterecht niet was betrokken bij het besluit en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet opgaat vanwege vermeende systeemfouten in Duitsland, zoals racisme, beperkte rechtsbijstand en opvangproblemen.
De rechtbank oordeelde dat de zienswijze niet bij het besluit kon worden betrokken omdat deze naar een verkeerd faxnummer was gestuurd, wat voor rekening van eiser komt. Ten aanzien van het interstatelijk vertrouwensbeginsel concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende concrete onderbouwing leverde om aan te tonen dat Duitsland niet aan de vereisten voldoet. De rechtbank verwees naar de Procedurerichtlijn en het claimakkoord met Duitsland, die waarborgen bieden voor een correcte behandeling.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser zal worden overgedragen aan Duitsland. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandelingstelling van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en eiser wordt overgedragen aan Duitsland.