ECLI:NL:RBDHA:2023:7141
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en het opleggen van een inreisverbod van twee jaar. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om haar uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft zich niet verzet tegen het verzoek om de voorlopige voorziening toe te wijzen voor zover het betreft het niet uitzetten van verzoekster. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek toegewezen en verweerder verboden verzoekster uit te zetten tot vier weken na de beslissing op het bezwaar.
Daarnaast is verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €837,-. Verzoekster is vrijgesteld van griffierecht, zodat verweerder niet is opgedragen dit te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.