ECLI:NL:RBDHA:2023:716
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens extreme overschrijding redelijke termijn in jeugdstrafzaak
De rechtbank Den Haag behandelde op 12 januari 2023 een jeugdstrafzaak tegen de verdachte, die werd verdacht van geweld en bedreiging met geweld met het oogmerk wederrechtelijke bevoordeling van een slachtoffer. De zaak betrof een incident van januari 2017 waarbij de verdachte samen met anderen het slachtoffer dwong tot afgifte van goederen.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens een extreme overschrijding van de redelijke termijn van 16 maanden voor jeugdigen; de termijn was met 52 maanden overschreden. De officier van justitie kon geen redelijke verklaring geven voor deze vertraging, terwijl de verdediging geen aandeel had in het tijdsverloop. Bovendien was de benadeelde partij het eens met dit oordeel en was de schade inmiddels vergoed.
De rechtbank benadrukte dat het jeugdstrafrecht gericht is op een snelle, pedagogische interventie die de positieve ontwikkeling van de verdachte bevordert. Door de lange vertraging zou vervolging deze ontwikkeling verstoren en geen meerwaarde bieden. De verdachte is inmiddels 22 jaar, volgt een opleiding en heeft geen politiecontacten meer gehad sinds 2017.
De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en wees de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij af wegens de niet-ontvankelijkheid. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer kinderrechters.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens een overschrijding van de redelijke termijn met 52 maanden.