ECLI:NL:RBDHA:2023:7166

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2023
Publicatiedatum
19 mei 2023
Zaaknummer
NL22.22740
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag mvv

Verzoekers dienden een aanvraag in voor verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis op 18 februari 2022. Omdat de staatssecretaris niet tijdig op deze aanvraag besloot, stelden verzoekers beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Op 10 november 2022 verleende de staatssecretaris alsnog de machtiging via de ambassade in Nur-Sultan. Hierop trokken verzoekers hun beroep in en verzochten zij om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en stelde deze vast op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht met een lichte wegingsfactor vanwege de aard van het beroep.

De rechtbank hoefde geen griffierecht toe te kennen omdat zij dit niet had geheven. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier N.F. Kreeftmeijer en is openbaar gemaakt op 15 mei 2023.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €418,50 na intrekking van het beroep wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.22740

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], referent

v-nummer: [Nummer]
[Naam 2], verzoeker
v-nummer: [Nummer 2]
gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van 18 februari 2022 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis.
Bij kennisgeving van 10 november 2022 heeft verweerder de ambassade in Nur-Sultan gemachtigd om aan verzoeker een mvv te verlenen.
Verzoekers hebben het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoekers heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekers tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrechter voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
4. Aangezien de rechtbank heeft verzuimd om griffierecht te heffen, hoeft verweerder geen griffierecht te vergoeden..

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.