ECLI:NL:RBDHA:2023:7211

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
19 mei 2023
Zaaknummer
NL23.1639
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit na intrekking beroep asiel

Verzoeker had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen vanwege de Dublin-verordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk werd geacht.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een andere zaak op 7 februari 2023. Vervolgens trok verzoeker het beroep met zaaknummer NL23.1638 in, omdat aan zijn beroep volledig was tegemoetgekomen, waardoor de beroepsprocedure eindigde.

Door het wegvallen van de beroepsprocedure werd niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Om die reden verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Hierdoor kon ook het verzoek om proceskosten niet worden beoordeeld, mede omdat verzoeker bij intrekking van het beroep geen verzoek tot proceskosten had gedaan.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier M.A.W.M. Engels op 20 april 2023 in het openbaar. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.1639
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. B.A. Palm),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfi-Kovacs).

Procesverloop

Bij besluit van 18 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL23.1638, op 7 februari 2023 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Salem. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Op 14 februari 2023 heeft verzoeker het beroep met zaaknummer NL23.1638 ingetrokken, omdat volledig is tegemoet gekomen aan zijn beroep. De beroepsprocedure is hiermee geëindigd. Nu er geen beroepsprocedure meer loopt, wordt niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste1. Om die reden is het verzoek om voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Omdat het verzoek niet-ontvankelijk is, komt de voorzieningenrechter niet toe aan de beoordeling van het door verzoeker in het kader van de voorlopige voorziening gedane verzoek om proceskosten. Hierom had verzoeker bij zijn intrekking van het beroep niet verzocht.
1 Artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 april 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.