Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van haar asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 11 april 2023, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet verschenen, terwijl verweerder zich liet vertegenwoordigen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de bodemzaak (zaaknummer NL23.8550) is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wees het verzoek af. Wel veroordeelde de voorzieningenrechter verweerder tot betaling van de door verzoekster gemaakte proceskosten van € 837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg en bekendgemaakt op 17 april 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 837,-.