Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische vreemdeling, is sinds 19 februari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld zonder zitting.
De rechtbank overweegt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was en nu alleen beoordeelt of de voortzetting sinds dat moment gerechtvaardigd is. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting en dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt, mede omdat de aanvraag voor een laissez passer (lp) pas op 3 maart 2023 naar de Egyptische autoriteiten is verzonden, terwijl hij al eerder een kopie van zijn paspoort had overlegd.
De staatssecretaris voert aan dat de aanvraag op 24 februari 2023 is ingediend bij de lp-kamer en op 3 maart naar Egypte is verzonden, met een rappel op 15 maart. De staatssecretaris benadrukt de afhankelijkheid van de Egyptische autoriteiten en dat er geen aanwijzingen zijn dat deze geen lp zullen afgeven. Tevens is op 20 maart een vertrekgesprek met eiser gehouden.
De rechtbank oordeelt dat het tijdsverloop niet onrechtmatig is en dat een kopie paspoort weliswaar een rol kan spelen maar niet doorslaggevend is. Eiser heeft zijn medewerkingsplicht niet voldoende ingevuld. De beroepsgronden slagen niet en het beroep wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.