ECLI:NL:RBDHA:2023:7268
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking nummeraanduiding wegens samenvoeging tot één verblijfsobject
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag trok met een besluit van 2 juli 2021 de nummeraanduiding van een nevenadres in, omdat het pand volgens hen één verblijfsobject vormt. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de woning kamergewijs verhuurd wordt aan meerdere huurders, waardoor de exploitatie onmogelijk wordt bij het intrekken van het nummer.
De rechtbank oordeelt dat het pand inderdaad één verblijfsobject is, omdat het ontsloten wordt via één eigen afsluitbare toegangsdeur vanaf de openbare weg, zoals gedefinieerd in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (Wet Bag). De voorgeschiedenis en de kamergewijze verhuur veranderen hier niets aan.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de exploitatie onmogelijk wordt door de intrekking. De huidige situatie is niet rechtmatig zonder splitsingsvergunning. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de nummeraanduiding wordt ongegrond verklaard.