ECLI:NL:RBDHA:2023:7301
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening gehandicaptenparkeerkaart wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart en passagierskaart, welke ook betrekking heeft op beschermd wonen en CZG zorg. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer SGR 23/2805 en wordt door de rechtbank versneld behandeld vanwege spoedeisendheid.
Op 23 april 2023 heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om alvast een gehandicaptenparkeerkaart te verkrijgen. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek op grond van artikel 8:81 Awb Pro, waarbij onverwijlde spoed vereist is om een voorlopige maatregel te treffen.
Verzoeker heeft gesteld dat hij de kaart zo spoedig mogelijk nodig heeft, maar heeft geen concrete redenen gegeven die het spoedeisend belang onderbouwen. De voorzieningenrechter constateert dat het verzoek feitelijk een bespoediging van de lopende beroepsprocedure beoogt, die al versneld wordt behandeld.
Daarom is geen sprake van een zelfstandige spoedeisendheid die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een gehandicaptenparkeerkaart wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.