ECLI:NL:RBDHA:2023:7349
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker, een Algerijnse staatsburger geboren in 1991, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 27 maart 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een verwante zaak op 13 april 2023 behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van de verweerder wel aanwezig was. Gezien de uitspraak op het hoofdberoep in zaak NL23.9616, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.