ECLI:NL:RBDHA:2023:743

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2023
Publicatiedatum
27 januari 2023
Zaaknummer
NL22.4046 en NL22.4047
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:10 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig nemen van besluit mvv, dwangsom opgelegd

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De primaire besluiten dateren van 9 december 2020 en de beslistermijn op bezwaar was negentien weken, met opschorting vanwege gelegenheid tot aanvulling van bezwaargronden.

De rechtbank constateert dat de beslistermijn is verstreken en dat eisers verweerder rechtsgeldig in gebreke hebben gesteld. Verweerder heeft een gehoor gehouden en aanvullende informatie opgevraagd, maar de beslissing is nog niet genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na bekendmaking van de DNA-uitslag alsnog een besluit moet nemen.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eisers ter hoogte van €418,50.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken na DNA-uitslag een besluit te nemen, met een dwangsom van €100 per dag vertraging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.4046 en NL22.4047

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam 1], eiseres

V-nummer: [Nummer 1]
[Naam 2], eiser
V-nummer: [Nummer 2]
[Naam 3], eiseres
V-nummer: [Nummer 3]
[Naam 4], eiser
V-nummer: [Nummer 4]
gezamenlijk te noemen eisers,
(gemachtigde: mr. A.W.M. van de Wouw),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben op 9 maart 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder heeft op 5 april 2022 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijk gesteld. Daartegen kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Bij afzonderlijke besluiten van 9 december 2020 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvragen van [Naam 5], referente, tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan eisers afgewezen. Zij hebben op 22 december 2020 bezwaar gemaakt.
3. In dit geval is de termijn voor het nemen van een beslissing op het bezwaar op grond van artikel 76, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) negentien weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken. Het primaire besluit dateert van 9 december 2020 en de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt op grond van artikel 69, eerste lid, van de Vw vier weken. De beslistermijn is conform artikel 7:10, tweede lid, van de Awb op 29 januari 2021 opgeschort doordat verweerder eisers in de gelegenheid heeft gesteld om nog gronden van bezwaar in te dienen. Op 11 februari 2021 zijn bezwaargronden ingediend en is de beslistermijn verder gaan lopen.
4. Uit het voorgaande volgt dat verweerder uiterlijk op 2 juni 2021 een besluit had moeten nemen op het bezwaar van eisers.
5. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken. Op 30 september 2021 hebben eisers verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld. Vervolgens zijn meer dan twee weken verstreken voordat eisers op 9 maart 2022 beroep hebben ingesteld. De beroepen zijn kennelijk gegrond.
6. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb bepaalt de rechtbank dat, als het beroep gegrond is en nog geen besluit bekendgemaakt is, het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt. In bijzondere gevallen of indien naleving van een wettelijk voorschrift daartoe noopt, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn stellen of een andere voorziening treffen.
7. Verweerder heeft zich in het verweerschrift van 5 april 2022 op het standpunt gesteld dat een gehoor met eiseres [Naam 1] noodzakelijk is. In een aanvullend schrijven van 15 juni 2022 verklaart verweerder dat het gehoor met [Naam 1] inmiddels op 18 mei 2022 heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit gehoor heeft verweerder bij brief van 14 juni 2022 kenbaar gemaakt dat er aanvullende informatie nodig is. Eisers is verzocht om binnen vier weken de gevraagde informatie toe te zenden. Afhankelijk van de toegezonden informatie, zullen de vervolgstappen worden bepaald. Gelet hierop kan op dit moment niet worden aangegeven binnen welke termijn er kan worden beslist, aldus verweerder.
8. Uit de reactie van 13 oktober 2022 van eisers blijkt dat er weliswaar regelmatig e-mailcontact is tussen de familieleden maar dat het nog niet gelukt is om DNA-onderzoek in te plannen.
9. De rechtbank ziet, gelet op de toelichting van partijen op de bijzondere omstandigheden, aanleiding om te bepalen dat verweerder, nadat de uitslagen van het gevraagde DNA-onderzoek bekend zijn, binnen twee weken alsnog een besluit op bezwaar neemt en verbindt aan zijn uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat de staatssecretaris in gebreke blijft de uitspraak na te leven.
10. De rechtbank zal gelet hierop bepalen dat verweerder een dwangsom verbeurt voor
elke dag dat hij in gebreke blijft deze uitspraak na te leven ter hoogte van € 100 per dag met een maximum van € 7.500.
11. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 418,50 (twee samenhangende zaken, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt verweerder op om binnen twee weken na bekendmaking van de uitslag van het DNA-onderzoek een besluit aan eisers bekend te maken;
  • bepaalt dat verweerder aan eisers een dwangsom van € 100 (honderd euro) verbeurt voor elke dag dat de hiervoor gestelde beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500 (vijfenzeventighonderd euro);
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.