Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen sinds 2011 en hebben gezamenlijk de echtelijke woning, een auto, een boot en inboedel. De vrouw verzocht om echtscheiding met partneralimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap. De woning is inmiddels verkocht en de vrouw is verhuisd naar een huurwoning.
De rechtbank wijst het verzoek tot voortgezet gebruik van de woning af vanwege gebrek aan belang. Verzoeken tot partneralimentatie met terugwerkende kracht worden afgewezen omdat alimentatie pas ingaat na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De rechtbank berekent de behoefte van de vrouw op basis van de hofnorm en het netto besteedbaar gezinsinkomen, en stelt de partneralimentatie vast op €533 bruto per maand.
De verdeling van de huwelijksgemeenschap vindt plaats met peildatum 25 november 2021. De overwaarde van de woning wordt gelijk verdeeld na aftrek van verkoopkosten. De auto, boot en trailer worden aan de man toegewezen met een compensatie aan de vrouw. De banksaldi worden toegedeeld aan de rekeninghouders. De inboedel is reeds verdeeld. De rechtbank wijst verdere verzoeken af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.