ECLI:NL:RBDHA:2023:7451
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om geen toepassing te geven aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Nadat verweerder niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank. Verweerder heeft vervolgens het bezwaar alsnog gegrond verklaard, waarna verzoekster het beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om proceskostenveroordeling. Verzoekster kreeg vrijstelling van griffierecht omdat zij voldeed aan de voorwaarden daarvoor. De rechtbank oordeelde dat verweerder aan verzoekster tegemoet was gekomen door alsnog een beslissing op bezwaar te nemen en veroordeelde verweerder in de proceskosten van verzoekster.
De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een waardering van 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en een wegingsfactor van 0,5. De rechtbank vond het beroep van licht gewicht omdat het alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 17 april 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoekster.