ECLI:NL:RBDHA:2023:7451

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 mei 2023
Publicatiedatum
25 mei 2023
Zaaknummer
NL23.1593
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArtikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar

Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om geen toepassing te geven aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Nadat verweerder niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank. Verweerder heeft vervolgens het bezwaar alsnog gegrond verklaard, waarna verzoekster het beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om proceskostenveroordeling. Verzoekster kreeg vrijstelling van griffierecht omdat zij voldeed aan de voorwaarden daarvoor. De rechtbank oordeelde dat verweerder aan verzoekster tegemoet was gekomen door alsnog een beslissing op bezwaar te nemen en veroordeelde verweerder in de proceskosten van verzoekster.

De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een waardering van 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en een wegingsfactor van 0,5. De rechtbank vond het beroep van licht gewicht omdat het alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 17 april 2023.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.1593
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.H.A. Kessels),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft verweerder meegedeeld ten aanzien van verzoekster geen toepassing te geven aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Verzoekster heeft op 18 januari 2023 beroep ingesteld, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar.
In het besluit van 3 februari 2023 heeft verweerder het bezwaar (alsnog) gegrond verklaard. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen. Verzoekster heeft voldoende aangetoond dat zij aan de voorwaarden voor deze vrijstelling voldoet. De rechtbank verleent verzoekster daarom vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen.
3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing op bezwaar te nemen. Verzoekster heeft het verzoek om vergoeding van de proceskosten gedaan gelijktijdig met het intrekken van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
5. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
N.J. Biswane, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 april 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.