De rechtbank Den Haag behandelde op 26 januari 2023 de strafzaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van poging tot moord of doodslag, het bezit van een machete en het witwassen van een elektrische fiets.
Voor de poging tot doodslag op 6 mei 2021 werd de verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De identificatie van de verdachte op camerabeelden was niet sluitend en getuigenverklaringen waren niet betrouwbaar genoeg.
Ook voor het witwassen van een elektrische fiets op 9 januari 2022 sprak de rechtbank de verdachte vrij. Hoewel de fiets met een verbroken slot werd aangetroffen en de verdachte geen sleutel had, had hij een concrete verklaring gegeven die niet verder is onderzocht door het Openbaar Ministerie.
De rechtbank veroordeelde de verdachte wel voor het op 10 december 2021 bewust voorhanden hebben van een machete in zijn woning. De machete werd onder het matras in een kamer gevonden waar ook persoonlijke eigendommen van de verdachte lagen. De verdachte gaf geen redelijke verklaring voor het bezit.
De strafmaat bestond uit een werkstraf van 30 uur met een voorwaardelijke jeugddetentie van 15 dagen als vervanging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken van de poging tot doodslag.