ECLI:NL:RBDHA:2023:7506
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg wegens ontbreken residentieel verblijf
Eiseres, die als minderjarige onder toezicht van Jeugdzorg stond, verbleef bij pleegouders en volgde onderwijs en dagopvang aan de OC Michiel school. Tijdens deze periode heeft zij te maken gehad met fysiek, seksueel en psychisch geweld. Zij vroeg een uitkering aan op grond van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg, maar haar aanvraag werd afgewezen omdat zij niet residentieel verbleef.
Eiseres stelde dat zij wel onder toezicht van een instelling stond, omdat zij dagelijks van 8:30 tot 18:00 uur naar het OC Michiel internaat ging, waar geen onderscheid werd gemaakt tussen internaat en dagopvang. Volgens haar vond het geweld ook overdag plaats en was zij ook ’s nachts onder toezicht van Jeugdzorg bij pleegouders. De rechtbank oordeelde echter dat de OC Michiel school en de dagopvang geen residentiële instelling zijn zoals bedoeld in de regeling.
Verweerder voerde aan dat het internaat en de school verschillende instellingen zijn, waarbij alleen het internaat residentieel verblijf aanbiedt. Omdat eiseres niet dag en nacht op de locatie verbleef, komt zij niet in aanmerking voor de regeling. Ook het verblijf bij pleegouders kwalificeert als residentieel, maar het geweld vond daar niet plaats. De rechtbank concludeert dat de afwijzing terecht is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet residentieel verbleef in een instelling zoals vereist voor de financiële tegemoetkoming.