ECLI:NL:RBDHA:2023:7524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende onderbouwing verblijf en binding
Eiser, een Egyptische ondernemer, verzocht om een multiple entry visum voor kort verblijf in Nederland met als reisdoel zakelijk. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser het doel en de omstandigheden van zijn voorgenomen verblijf onvoldoende aannemelijk had gemaakt en zijn sociale en economische binding met Egypte onvoldoende was onderbouwd.
Eiser had een uitnodigingsbrief en een e-mail van een Nederlandse referent overgelegd, maar geen verifieerbare documenten die het zakelijke karakter van het bezoek konden bevestigen. Ook ontbraken bewijsstukken van een duurzame relatie tussen eiser en de referent. Eiser kondigde aan nadere stukken te overleggen, maar deed dit niet.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan het doel van het verblijf en de terugkeer naar Egypte, mede vanwege het ontbreken van bewijs van familiebanden, economische activiteit en substantiële inkomsten in Egypte. De stelling dat eiser visumshoppen zou plegen, werd niet onterecht betrokken.
Daarnaast werd vastgesteld dat er geen schending van de hoorplicht had plaatsgevonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van het visum bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf is ongegrond verklaard.