ECLI:NL:RBDHA:2023:7528
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening inzake verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 14 juli 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt, waarna op 5 september 2022 een beslissing op bezwaar is genomen. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In de overwegingen wordt verwezen naar een uitspraak in een gerelateerde zaak (AWB 22/5630), op basis waarvan het verzoek als kennelijk ongegrond wordt afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.F. Bethlehem en griffier S.C. Spruijt op 22 mei 2023. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.