ECLI:NL:RBDHA:2023:7533
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 31 mei 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Bij besluit van 2 augustus 2022 is het bezwaar door verweerder behandeld. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter verwijst naar een eerdere uitspraak in een gerelateerde zaak (AWB 22/5274) waarin op het beroep is beslist en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af als kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.