ECLI:NL:RBDHA:2023:7536
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit de beoordeling blijkt dat het beroepschrift geen gronden bevatte, terwijl dit op grond van artikel 6:5, eerste lid, Awb verplicht is. De rechtbank heeft eiser een mogelijkheid geboden om alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, wat betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.