ECLI:NL:RBDHA:2023:7541
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking asielvergunning wegens verblijf buiten Nederland
Verzoeker, met de Somalische nationaliteit, kreeg in 2009 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die meerdere malen werd verlengd. In juni 2022 trok de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn asielvergunning in met terugwerkende kracht tot december 2021, omdat verzoeker zijn hoofdverblijf buiten Nederland zou hebben gevestigd.
Verzoeker stelde dat hij altijd in Nederland verbleef, maar dakloos was en zich niet kon inschrijven op een ander adres. Hij betwistte ook de juiste bekendmaking van het besluit. Omdat het beroep buiten de termijn van vier weken was ingediend, had het geen schorsende werking, waarna verzoeker een voorlopige voorziening vroeg om in Nederland te mogen blijven totdat het beroep is behandeld.
De staatssecretaris stelde dat het beroep en het verzoek niet-ontvankelijk waren wegens te late indiening. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang, omdat verzoeker op elk moment uit Nederland kon worden verwijderd en de beoordeling van het beroep nog moest plaatsvinden.
De voorzieningenrechter besloot het bestreden besluit te schorsen en verbood de uitzetting van verzoeker totdat op het beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de asielvergunning wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.