ECLI:NL:RBDHA:2023:7544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens vluchtelingenstatus in Denemarken
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 28 december 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland verzocht Denemarken om overdracht op grond van de Dublinverordening, maar Denemarken weigerde omdat eiser daar internationale bescherming geniet. Verweerder verklaarde daarop de aanvraag niet-ontvankelijk.
Eiser betwistte dat hij bescherming geniet in Denemarken, onder meer omdat zijn verblijfsdocument verlopen is en hij stelt geen band met Denemarken te hebben. Ook voerde hij aan dat hij een sterkere band met Nederland heeft vanwege zijn vaderschap van twee minderjarige kinderen die in Nederland verblijven.
De rechtbank oordeelde dat de berichten van de Deense autoriteiten aantonen dat eiser vluchtelingenstatus heeft in Denemarken en dat hij daar bescherming geniet. De rechtbank verwierp het verzoek om extra termijn voor het indienen van documenten over het vaderschap en stelde dat de band met Denemarken aannemelijk is, zodat de aanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
Het beroep is ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.