ECLI:NL:RBDHA:2023:758
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling geweigerd aan de grens op grond van nationale bepalingen
Eiser, van Colombiaanse nationaliteit, is op Schiphol aangehouden wegens cocaïnesmokkel en de toegang tot Nederland is hem geweigerd. De staatssecretaris heeft hem ongewenst verklaard op grond van nationale wetgeving. Eiser betwist de toepassing van de nationale bepalingen en voert aan dat de Terugkeerrichtlijn (Tri) op hem van toepassing zou moeten zijn en dat er sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid.
De rechtbank stelt vast dat de Tri expliciet niet van toepassing is op vreemdelingen die aan de grens zijn geweigerd, conform artikel 109a van de Vreemdelingenwet 2000. Het onderscheid tussen vreemdelingen die aan de grens geweigerd worden en degenen die Nederland binnenkomen en onder de Tri vallen, is wettelijk toegestaan en niet ongerechtvaardigd. De staatssecretaris heeft de beleidsregels correct toegepast en hoefde niet van deze regels af te wijken.
Verder is geen sprake van schending van de hoorplicht, omdat het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond was en geen nieuwe feiten bevatte. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de ongewenstverklaring. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de verklaring blijft in stand.