Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, maakt bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring die op 30 november 2022 is opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij verzoekt tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetst of de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig is gebleven.
Eiser voert aan dat het vertrekgesprek van 16 december 2022 niet in het dossier is opgenomen en betwijfelt of binnen een redelijke termijn een laissez-passer kan worden afgegeven. Ook stelt hij dat hij meewerkt aan vertrek via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en dat een lichter middel passend zou zijn.
De rechtbank constateert dat het ontbreken van het verslag slordig is, maar niet leidt tot onrechtmatigheid. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat eiser tijdens het vertrekgesprek geen omstandigheden heeft genoemd die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken. De geplande presentatie met de diplomatieke vertegenwoordiging van Nigeria op 26 januari 2023 geeft zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank oordeelt dat de gronden voor de bewaring en het risico op onttrekking aan toezicht nog steeds aanwezig zijn. Het feit dat eiser nu wil vertrekken en een gesprek met het IOM heeft gehad, maakt niet dat een lichter middel passend is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.