ECLI:NL:RBDHA:2023:7624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen over machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis aan Ahmad Alduaibs. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de beslistermijn met drie maanden verlengd, maar heeft alsnog niet binnen de wettelijke termijn beslist.
De rechtbank stelt vast dat de termijn voor besluitvorming is verstreken en dat eiseres de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en wordt gegrond verklaard. De rechtbank bepaalt een termijn van vier weken waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen en legt een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442 en in de proceskosten van eiseres ad € 418,50. De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe en motiveert dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van asielvergunning sprake is van een bijzonder geval dat een langere beslistermijn rechtvaardigt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen vier weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.