ECLI:NL:RBDHA:2023:7630

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 mei 2023
Publicatiedatum
30 mei 2023
Zaaknummer
AWB 23/5282
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechter verklaart zich onbevoegd wegens dubbele behandeling van dezelfde bestuurszaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van 7 juli 2022 waarin zijn bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard. Hoewel eiser op het beroepschrift een besluit van 2 augustus 2022 vermeldde, kon hij dit besluit niet overleggen en bleek uit de stukken dat het beroep feitelijk betrekking had op het besluit van 7 juli 2022.

De rechtbank constateerde dat eiser al eerder beroep had ingesteld tegen hetzelfde besluit (zaaknummer AWB 22/4647). Op grond daarvan oordeelde de rechtbank dat zij niet bevoegd is om opnieuw over dezelfde zaak te oordelen, omdat de bestuursrechter geen tweede keer over dezelfde zaak mag beslissen.

De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier A.S. Hamans, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen wegens eerdere behandeling van dezelfde zaak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/5282

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Eiser vermeldt op het beroepschrift dat hij beroep instelt tegen een besluit van 2 augustus 2022. Ondanks een verzoek daartoe van de rechtbank, heeft eiser het besluit waarop zijn beroepschrift ziet niet toegezonden. In de door verweerder toegezonden stukken uit de bestuurlijke fase bevindt zich geen besluit van 2 augustus 2022.
2. Uit het door eiser op het beroepschrift vermelde IND-zaaknummer kan de rechtbank afleiden dat het beroep ziet op het besluit op bezwaar van 7 juli 2022. Daartegen heeft eiser echter reeds eerder beroep (AWB 22/4647) ingesteld.
3. De bestuursrechter is niet bevoegd om een tweede keer over dezelfde zaak te oordelen. De rechtbank is dan ook kennelijk onbevoegd om van dit beroep kennis te nemen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op de hieronder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.