ECLI:NL:RBDHA:2023:7750
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij Dublinoverdracht
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, werd op 11 april 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen het voortduren van deze maatregel stelde hij beroep in en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank behandelde het beroep op 26 mei 2023 en constateerde dat de voorlopige voorziening tegen de afwijzende Dublinbeschikking geen schorsende werking had, waardoor de overdracht binnen de zes-wekentermijn niet tijdig kon plaatsvinden. De Spaanse autoriteiten hadden het claimakkoord op 17 april 2023 geaccordeerd, maar verweerder handelde onvoldoende voortvarend door de overdracht op 22 mei 2023 niet door te laten gaan.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was vanaf 23 mei 2023 en beval de onmiddellijke opheffing. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €400,- voor vier dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en tot vergoeding van de proceskosten van eiser ad €1.674,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de maatregel van bewaring wordt opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.