Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is sinds 18 januari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
Eiser betoogde dat de zes maanden termijn van bewaring op 19 mei 2023 was verstreken zonder dat een verlengingsbesluit was genomen en dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde, onder meer omdat een verslag van het vertrekgesprek ontbrak en er een maand geen handelingen waren verricht. De rechtbank oordeelde dat de termijn van zes maanden opnieuw is gaan lopen met de gewijzigde grondslag van 18 januari 2023 en pas op 18 juli 2023 afloopt.
De rechtbank achtte het ontbreken van het verslag geen bewijs dat het vertrekgesprek niet had plaatsgevonden en concludeerde dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Marokko. De voortgangsrapportage toonde aan dat de overheid voldoende voortvarend handelt, onder meer door meerdere rappelleringen en een geplande presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.