ECLI:NL:RBDHA:2023:7882
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens reeds uitgesproken beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak en oordeelde dat, nu het beroep reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, er geen noodzaak meer is voor een voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter verweerder tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier A. Wilpstra-Foppen, en is uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten.