ECLI:NL:RBDHA:2023:7913
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Irak wegens ongeloofwaardige dreigingsverklaringen en onvoldoende bewijs
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van dreiging vanwege vermeende samenwerking van zijn familie met Amerikaanse troepen en militie Hasdh al Shabi. Verweerder wees het verzoek af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen over zijn werkzaamheden voor de provincieraad, de aanslag van IS in 2011 en de dreigingen.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn overheidsfunctie en tegenstrijdige verklaringen gaf over de aanslag en zijn terugkeer naar Irak na dreigingen. Ook werd zijn claim over gedwongen rekrutering door Hasdh al Shabi niet ondersteund door landeninformatie. Verder concludeerde de rechtbank dat soenitische Arabieren niet als kwetsbare minderheid worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het beroep ongegrond verklaarde en dat eiser geen aannemelijk risico op ernstige schade bij terugkeer heeft aangetoond. Het beroep werd daarom verworpen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de Iraakse asielzoeker is ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige dreigingsverklaringen en onvoldoende bewijs.