ECLI:NL:RBDHA:2023:7978
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkheid asielaanvraag
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, maar de staatssecretaris heeft dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 6 april 2023. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit zouden worden opgeschort zolang het beroep nog niet was beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het beroep waarop het verzoek betrekking had inmiddels is afgedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €837, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van € 837.