ECLI:NL:RBDHA:2023:7979
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toewijzing verblijfssticker op grond van Richtlijn tijdelijke bescherming
Verzoeker, met de Georgische nationaliteit, verbleef op basis van een permanente verblijfsvergunning in Oekraïne en werkte sinds 2016 als vrachtwagenchauffeur in Polen. Hij verliet Oekraïne op 15 januari 2022 vanwege oorlogsdreiging en verbleef daarna bij familie in Nederland. De staatssecretaris wees zijn aanvraag voor tijdelijke bescherming af, stellende dat verzoeker Oekraïne vóór 27 november 2021 had verlaten en niet ontheemd was geraakt door het conflict.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd omdat de nationaliteit van verzoeker onjuist was vastgesteld en dat onvoldoende onderzoek is gedaan. De rechter volgt de staatssecretaris niet in de stelling dat individuele omstandigheden niet mogen worden betrokken bij de beoordeling van het recht op tijdelijke bescherming.
Gezien de onzekerheid over de uitkomst van de bezwaarprocedure en de belangenafweging, waarbij het belang van verzoeker om bescherming en toegang tot de arbeidsmarkt zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris, wordt het primaire besluit geschorst. Verweerder wordt verplicht binnen een week een verblijfssticker te plaatsen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het primaire besluit wordt geschorst en de staatssecretaris wordt verplicht binnen een week een verblijfssticker te plaatsen.