ECLI:NL:RBDHA:2023:7984

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 mei 2023
Publicatiedatum
5 juni 2023
Zaaknummer
NL20.12950 en NL20.12952
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen in verlengde procedure

Verzoekers hebben twee afzonderlijke besluiten van 18 juni 2020 aangevochten waarbij hun asielaanvragen in de verlengde procedure niet-ontvankelijk zijn verklaard. Zij hebben beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 16 juli 2020 samen met de hoofdberoepen behandeld, waarna het onderzoek werd geschorst. Op 25 mei 2023 heeft de rechtbank de hoofdberoepen afgedaan, waardoor de noodzaak voor voorlopige voorzieningen is komen te vervallen.

De voorzieningenrechter besluit daarom de verzoeken om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond af te wijzen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen worden afgewezen omdat de hoofdberoepen zijn afgedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL20.12950 en NL20.12952

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam], verzoeker 1, V-nummer: [nummer], en

[naam], verzoeker 2, V-nummer: [nummer]
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. P.A.E. Engelen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 18 juni 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder
de asielaanvragen van verzoekers in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekers hebben beroep (NL20.12949 en NL20.12951) ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij niet zullen worden uitgezet voordat er op de beroepen is beslist.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de zaken met nummers NL20.12949 en NL20.12951, op 16 juli 2020 op een zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.H.T. Jansen. Ter zitting is het onderzoek geschorst.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 25 mei 2023 in de zaken met nummers NL20.12949 en NL20.12951 heeft de rechtbank de beroepen waarop deze verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben afgedaan. Daarom zijn geen voorlopige voorzieningen meer nodig. Om die reden worden de verzoeken als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.