ECLI:NL:RBDHA:2023:7993
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak over verblijfsvergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het primaire besluit genomen om de aanvraag van verzoekster voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid buiten behandeling te stellen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt, dat door verweerder ongegrond is verklaard. Vervolgens heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en verzocht om een voorlopige voorziening.
De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld zonder zitting, omdat partijen van hun recht om gehoord te worden geen gebruik wilden maken. De voorzieningenrechter overwoog dat er inmiddels een uitspraak op het beroep is gedaan (zaaknummer NL23.1022), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Op grond hiervan heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.G.M. van Veen en griffier L.L. Hol en is uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2023.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak op het beroep heeft gedaan.